
Weg met de arbeiders en de allochtenen. Awoert aan de Walen, de lammen, de zieken, de werklozen. De pot op, studenten en stakers. Alle macht aan de chauvinisten en de onverdraaglijken. Lang leve de nationalisten, zeloten en foefelaars. Driewerf hoera voor de bullebakken en bankiers. Hoofden gebogen voor de pedopriesters, puriteinen en populisten. Oren gespitst voor de rechters en de rotzakken. Als het beweegt: privatiseren. Als het geluid maakt: criminaliseren. Als het wantoestanden blootlegt: obscuriseren.
Anno 2012 is bovenstaande paragraaf een jammerlijk accurate destillatie van het courante discours dat zich oms ons allen uitstrekt, in deze nieuwe “Big Society”. De grote maatschappij: dat is de naam die rechts in Groot-Brittannië bedacht voor haar plan om die maatschappij af te breken. Als we weten dat het grote idool van die jongens (u kent haar ongetwijfeld van haar snedige Twitter-quotes en de pruikenoveracting van Meryl Streep) ooit fameus beweerde dat zoiets als een “society” helemaal niet bestaat, beseffen we dat het concept van “doublespeak” hier ver voorbij de zelfparodie is gedreven.
Ook in ons land doet datzelfde “Ieder voor zich, alles voor mij”-clubje zijn duit in het zakje. Bank na bank wordt met geld van de belastingbetaler omhoog gehouden, bonus na bonus wordt met datzelfde geld uitgedeeld aan de verantwoordelijken voor de huidige crisis. Ondertussen wordt op Europees niveau slaafs gehoorzaamd aan de dicataten van diezelfde kortzichtige ratingbureaus die ons eerder van de afgrond duwden. De dikken worden vetter / de mageren nog skeletter, maar ”Iedereen zal moeten inleveren”, klinkt het doodleuk vanuit de verwarmde zwembaden in Keerbergen, vanuit de viersterrenrestaurants in Knokke-Heist.
Waarom zouden ze zich ook schamen? De Vlaamse media, volledig gecontroleerd door een handvol leden van de hoger vermelde club, laat zich met graagte voor de anti-sociale kar spannen: het afbreken van de sociale zekerheid wordt slim omgebogen tot een generatieconflict (verdeel en heers) en de vakbonden zijn lamzakken en profiteurs die de brave harde werkers van ons landgedeelte dwarsbomen voor een extra dag verlof en een verlengd weekend.
Arm en rijk staan samen voor woelige tijden en trekken ze als gelijken tegemoet, zo klinkt het. Oké: de 99% moet roeien en de 1% speelt kapitein, maar de rolverdeling is slechts een detail. Een generatie die nooit een wereld zonder vakbonden heeft moeten kennen klopt zich zelfvoldaan op de borst en breekt als een brave werkbij de staking, gewillige marionetten van de rijken in ruststand. Bij iedere zweepslag op hun rug bedanken ze de slavendrijver en vragen ze meer straf. Ze glimlachen terwijl ze achterwaarts genomen worden door de gehoekte voorbinddildo van de neoliberale grootkapitalisten en schreeuwen om diepere penetratie. Het zijn harde werkers, stuk voor stuk, en ze roeien lustig verder, richting afgrond.
Het komt nooit meer goed, denk ik.