December staat voor onze deur en daarmee ook de traditionele eindeloze woeste aanval van zinloze en vervelende eindejaarslijstjes. Omdat ik weet dat de lezers van mijn blog stuk voor stuk drukbezette mensen zijn die geen tijd hebben om al die onzin te lezen heb ik ook dit jaar opnieuw de vrijheid genomen de waardevolle muziek die de afgelopen elf maanden is verschenen voor hen te bundelen in een handig zip-bestandje van 30 minuten. Dat is niet toevallig precies de lengte van de periode dat u zich zal kunnen beheersen alvorens u de eerstvolgende idioot op het internet die u meent zijn oh-zo-interessante persoonlijke mediavoorkeuren te moeten opdringen vergast op een portie zinloos geweld.
The Afterlife, Paul Simon
Paul Simon nadert intussen de 70 maar is, blijkens zijnsterke nieuwe album “So Beautiful or So What”, nog niet van plan ons in de nabije toekomst te verlaten. Zijn visie op het hiernamaals verklaart, begeleid door het genre gitaargerinkel dat we nog kennen uit o.a. “Me & Julio” en “Cecilia”, deze aarzeling minstens gedeeltelijk. Het paradijs bestaat en bevindt zich wel degelijk boven de wolken, maar dat mooie meisje aan de andere kant van de kamer is nog steeds niet geinteresseerd in jouw pathetische openingszinnen, God is nergens te bespeuren, en wie een kans wil maken op geluk en eeuwige tevredenheid mag eerst een aantal formulieren invullen en vervolgens achteraan de rij aanschuiven.
Should Be Gone, The Feelies
“Is it too late to do it again? Or should we wait another ten?” Met die vraagstelling beginnen The Feelies “Here Before”, hun eerste album in twintig jaar. Ook de tekst van “Should Be Gone” communiceert die interne twijfel over deze reünie, maar de gitaren spelen vol vertrouwen verder waar ze in 1991 ophielden. Dat betekent dat The Feelies volop in hun in mijn ogen superieure folk-rock incarnatie zitten en de meer bekende en bejubelde post-punk van hun debuut nergens te bespeuren valt. Alle nummers van “Here Before” hadden perfect op “The Good Earth” (1986), “Only Life” (1988) of “Time for a Witness” (1991) kunnen staan. Het verstand kan de zinvolheid van zo’n plaat in twijfel trekken, de oren en het hart echter niet.
Überlin, R.E.M.
In het jaar waarin R.E.M. afscheid van de wereld nam, bewezen ze nog één keer dat creatieve bloedarmoede geenszins de oorzaak van deze beslissing kon zijn. In een sfeer van de door de groep gepatenteerde melancholie, bezingt Michael Stipe dag en nacht in en onder de grootstad, daarbij nadeloos overschakelend van een spoorwisseling op de metro naar een reis op een ster richting een meteoor, van innige tristesse naar hoop en weer terug.
Eastward Still, Alela Diane
Alela Diane heb ik dit jaar reeds afdoende bejubeld. Op het album dat ze in 2011 uitbracht klinkt ze, ondersteund door begeleidingsgroep “Wild Divine”, gepolijster dan ooit. Haar stem is krachtig genoeg om zich niet te laten verdringen door de vollere arrangementen, maar op outtake “Eastward Still” blijkt dat funambulisme toch nog steeds het spannendst is zonder vangnet. ”I hope every man knows / and every woman / It is good to know what it’s like / to be loved again when you’ve been lost” klinkt het op het einde. Wie het niet weet kan zich na het beluisteren van “Eastward Still” in ieder geval een redelijk goed idee vormen.
The Words That Maketh Murder, PJ Harvey
“What if I take my problem to the United Nations?” vraagt de verteller op het einde van PJ Harvey’s beste nieuwe nummer in jaren, met een venijnige knipoog. Het antwoord is, mede dankzij de voorafgaande levendige omschrijving van schijnbaar eindeloze oorlogsgruwels, op dat moment al duidelijk: helemaal niets. Een requiem voor de vredesdroom die na WO II hier en daar ontstond maar spoedig vermoord werd door onuitroeibaar nationalisme, en een meezinger.
Waiting for Kirsten, Jens Lekman
Enige uitschieter op Lekmans “An argument with myself”-ep, waar hij een aantal liedjes verzamelde die niet zouden passen op zijn volgend jaar te verschijnen nieuwe album. Vertelt het ongetwijfeld waargebeurde verhaal van collectieve indie crush Kirsten Dunst die, terwijl ze in Göteborg was voor de opnames van het prachtige “Melancholia“, Lekmans naam liet vallen in een interview met de lokale media en daarmee allerlei gevoelens ontketende bij onze protagonist. Muzikaal stereotype Lekman, in die mate dat de begeleidinstrack voor “Your Arms Around Me” hier en daar net zo goed gesampled zou kunnen zijn, maar het stoort niet.
Axed Actor, Sons and Daughters
Het Schotse Sons and Daughters is al jaren de meest onderschotte rockgroep ter wereld. Hun vorige album “This Gift” (2008) leek een bewuste poging tot commerciële doorbraak, maar kon die verdiende erkenning desondanks allerminst forceren. Op het nieuwe “Mirror Mirror” zegt de groep vaarwel aan dat alles door zich volledig in de eigen wereld terug te trekken. Dat betekent minimalistische arrangementen en hoekige gitaren, alsook songteksten over horror en verderf. “Axed Actor” handelt over de moord op Elizabeth Short, beter bekend als “the black dahlia” en bundelt sensuele kreuntjes, vintage synthesizers en plotse uitbarstingen van krachtige punkrock-gitaren in vier compacte minuten.
“Brothers“, The War on Drugs
“Brothers” stond in embryonale versie reeds op de “Future Weather”-ep die vorig jaar uitkwam, maar bloeit op The War on Drugs’ eerste echte album “Slave Ambient” pas echt open. Een song als een panorama, waarin een jonge Dylan zich laat begeleiden door de gitaren van Luna en de horizon zich uitstrekt in de verte. Mist vertroebelt het uitzicht, het is kouder dan de koudste winter koud was, en als de wereld nog niet vergaan is zal het niet lang meer duren. De perfecte soundtrack om 2012 mee binnen te vallen, quoi.

Pingback: Het leven klonk beter met hen: 10 uit ’11 « ozon