(95) Minutes of Cringing

(500) Days of Summer begint met een flagrante leugen: “This is not a love story“, declareert het type voice-over dat meteen duidelijk maakt dat de film in het zelfde pseudo-indie vaarwater van Little Miss Sunshine, Away We Go en andere Juno’s zal rondwaden, indien de overbodige haakjes in de titel nog geen sirenes hadden doen afgaan.Joseph Gordon-Levitt speelt Tom, een stereotypische young creative professional. Het enige uitgewerkte aspect van zijn personage is zijn grenzeloze infatuatie met Zooey Deschanel, hier in een carrière -definiërende rol als ‘een mooi meisje’. Naam van dat meisje? Summer. En u maar denken dat de filmtitel verwees naar het warme, zonnige seizoen! Nee hoor, het gaat om de naam van het vrouwelijk hoofdpersonage! Ik moet eerlijk toegeven, wat er gebeurde in de tien minuten na deze onthulling kan ik me niet meer herinneren, verdwaasd en murw geslagen als ik was door dergelijke geniale spitsvondigheid.
Deschanel speelt de rol van Summer zoals ze al haar andere rollen speelt: in een schijnbaar constante staat van wilde verdwazing. Met wijd opengespreide hertenogen voor zich uit starend ondergaat ze de eindeloze devotie van Tom, die -nadat hij bijna spontaan klaar was gekomen in zijn skinny jeans bij de ontdekking dat ze naar The Smiths luistert én mooie borsten heeft- in haar het ultieme ontbrekende accessoire ziet voor zijn hippe modern-urbane levensstijl. Wel degelijk een love story dus, zij het tussen Tom en zijn eigen persona van getormenteerde afgewezen geliefde. Met een bijna pervers genoegen doorloopt hij de traditionele zelfmedelijden-rituelen, al is het nooit echt duidelijk wààrom hij Summer nu per se zo hard wil: haar personage is een lege doos met geen duidelijk uit te maken karaktertrekken, waardoor Tom enkel gedreven lijkt door een kinderachtige drang om te hebben wat hij niet kan krijgen.
Het verhaal dat verteld wordt is dus niet interessant, maar dat hoeft niet noodzakelijk een probleem te zijn. Een getalenteerd regisseur heeft zelfs geen verhaal nodig om een goeie film te maken. Het had anderzijds interessant kunnen zijn om te zien hoe een liefdeshistorie van dergelijke banaliteit naar het scherm zou vertaald kunnen worden. Helaas kiest debutant Marc Webb voor het lafste, meest voor de hand liggende pad: hij camoufleert de afwezigheid van een verhaal met de afwezigheid van chronologie.
Dit is slechts een van de vele manieren waarop een film die op de oppervlakte innoverend lijkt te zijn eigenlijk een zeer conservatieve kern heeft: er is het overdreven wijze pre-puberale meisje, de jolige beste vriend, de verplichte “spontane” karaokescène en de al even voorspelbare dansroutine. Meest tekenend is waarschijnlijk het feit dat beide hoofdpersonages werken voor een firma die wenskaarten maakt (echte jobs zijn taboe in dit soort films).
Het gebruik van wenskaarten, een makkelijk symbolisch doelwit van valse, oppervlakkige emoties, is dubbel ironisch, aangezien de cinematografie en de esthetiek van “(500) Days of Summer” net hetzelfde effect najaagt, zij het gericht op een ander publiek: de zogenaamde ‘iPod-generatie’ die zich zeer zelfbewust diverse brokjes popcultuur uit alle periode’s van de moderne geschiedenis toe-eigent en het kapot analyseren en deconstrueren van de eigen romantische relaties, verleden én heden, tot nationale sport heeft verheven. In die geest wordt er verwezen naar de klassiekers uit het navelstaarders-canon dat het een lieve lust is: “The Picture of Dorian Gray”, “The Graduate”, “Annie Hall”… ze passeren allen uitgebreid de revue. Helaas getuigen deze “eerbetonen” van een dergelijke smakeloosheid en gebrek aan subtiliteit dat ze doorgaans ergens in het niemandsland tussen onbedoelde parodie en klakkeloze imitatie aanbelanden.
Misschien is ‘(500) Days of Summer’ op het einde van de dag dan toch, zoals het in besprekingen vaak klonk, ‘een Annie Hall voor de huidige generatie’. De clevere dialogen zijn vervangen door pretentie en eindeloze verwijzingen, de kleine neurotische Jood is nu een grote, knappe gevoelige ‘artiest’ en de eigenzinnige moderne vrouw is vandaag een faux-naïef kijkende natte droom voor de hipster-set.
In Annie Hall eindigde het hoofdpersonage door op zijn mislukte relatie met de vrouw uit de titel te reflecteren via een oude grap:
I, I thought of that old joke, y’know, the, this… this guy goes to a psychiatrist and says, “Doc, my brother’s crazy; he thinks he’s a chicken.” And, the doctor says, “Well, why don’t you turn him in?” The guy says, “I would, but I need the eggs.” Well, I guess that’s pretty much now how I feel about relationships; y’know, they’re totally irrational, and crazy, and absurd, and… but, uh, I guess we keep goin’ through it because, most of us… need the eggs.
Op het einde van “(500 Days) of Summer” ontmoet het hoofdpersonage een nieuw fotomodel met een melige naam.
AMEN SISTER! AMEN!
PeteThunders
7 november, 2009 op 22:22