Bermbom

Ik zit op het toilet, en probeer zowel na te denken als mij te ontlasten. Dat eerste lukt vrij vlot, het tweede een stuk minder.
Ik denk na over de warmte die uitgaat van de toiletbril: een onmiskenbaar teken dat mijn voorganger slechts kort geleden het kamertje verlaten heeft. MIjn gedachten krijgen niet de tijd om af te dwalen naar de kwestie van zijn identiteit en de besmettelijke ziektes die hij al dan niet met zich mee zou kunnen dragen, want op de vloer bemerk ik plots een opvallend nieuw uitziend pakje sigaretten. Dat het merk Marlboro is valt meteen op: in tegenstelling tot de pakjes die je tegenwoordig in de rekken ziet staan neemt het logo namelijk zowat 7/8ste van de verpakking in beslag. Dat laatste achtste is voorbehouden voor de normaal zo prominent aanwezige, maar nu haast niet zichtbare gezondheidswaarschuwing:
“Fumer provoque le cancer”
Er is opmerkelijk genoeg geen Nederlandse vertaling aanwezig, dus die moet ik zelf nog maken. En ofschoon ik sinds drie jaar het grootste deel van mijn dagen doorbreng in onze hoofdstad, is mijn Frans niet beter dan dat van de gemiddelde Vlaming. Mijn aanvankelijke vertaling, alvorens mijn verstand de kans krijgt zichzelf te corrigeren, is dan ook te letterlijk: “Roken provoceert kanker”. In mijn versie klinkt het niet zozeer als een waarschuwing, maar lijkt het eerder een uitdaging voor durfallen.
Ik ben geen durfal, maar vannacht wel slapeloos en in zo’n eindeloze nacht lijkt alles interessant. Ik neem het pakje dus vast en besluit het van nabij aan een grondigere inspectie te onderwerpen. Aan de tot voor kort naar de toiletvloer gerichte zijde noteer ik een vrijwel identieke lay out, met als uniek verschilpunt dat de Franse woorden hier vervangen zijn door Arabisch schrift. Op de zijkant ontdek ik in de woorden “vente en Algérie” de verklaring voor de aanwezigheid van deze voormij onbegrijpbare tekens.
Meteen vraag ik me af hoe Algerijnse Marlboro-sigaretten in Brussel terecht komen. Logische verklaringen als importwinkels of nostalgische inwijkelingen komen niet eens in me op. Nee, wat ik zie is een internationaal terroristisch complot. Had ik onlangs niet gelezen dat de moslimgemeenschap in Brussel als een perfecte dekmantel voor de Europese hoofdkwartieren van Al-Qaeda zou fungeren? De war on terror woedt nu ook in mijn hoofd. Moet ik Staatsveiligheid inlichten? De CIA?
Ik druk het pakje tegen mijn oor en luister of ik een klok hoor tikken. Niets. Ik voel me nog steeds geen idioot en denk nu aan andere opties. Misschien wordt de bom geactiveerd door een sigaret uit het pakje te nemen – dat is namelijk nog volledig gevuld, wat toch vreemd lijkt. Met kloppend hart haal ik, zeer voorzichtig, één sigaret naar boven. Geen ontploffing. Het papier is vuil, oproken lijkt dus ook geen optie: als niet-verdachte sigaretten al dodelijk zijn…
Ik zie nu ook plots de ironie van een Marlboro-bom. Een product van een Amerikaanse multinational als IED is een prachtig paard van Troje voor de 21ste eeuw. De WTC-torens in het klein, hier aan de voet van het toilet waar ik nog steeds op zit. Wie zegt dat terrorisme niet poëtisch kan zijn?
Ik leg het pakje terug neer, trek mijn broek terug op en verlaat het wc-kamertje onverrichter zaken. Ik kan niet schijten en niet slapen maar ik ben ook niet slachtoffer geworden van een internationaal terroristisch netwerk, voorlopig. Geluk zit soms in een klein hoekje.
Leuk geschreven en een geweldig plaatje
Nu maar hopen dat je geen last van obstipatie krijgt.
Groetjes
Francesca
8 oktober, 2009 op 11:48