Pukkelpop 2009: de kleine lettertjes
Toen de affiche van Pukkelpop – toch nog steeds het festival bij uitstek voor de viriele Vlaamse jongere – vorig jaar slechts een tweetal groepen bevatte die mij aanspraken, dacht ik dat de zorgeloze jaren van mijn jeugd goed en wel begraven mochten worden. Dit jaar sprongen zij echter Carrie-gewijs terug naar boven van onder de zoden en dat is tevens goed nieuws voor u!
Het betekent immers dat ik hier weer, als een soort van moderne Wilde Weldoener, met tips zal strooien aangaande enkele relatief verborgen pareltjes op het programma. Om te weten dat Wilco, Kraftwerk, Vampire Weekend en, euhm, The Offspring zeer de moeite gaan zijn heeft niemand mij nodig, dus nodig ik uit voor een duik in het deel van de affiche dat de Faith No More fans (en groepsleden) niet meer kunnen lezen zonder correctieve lenzen.
Daar vinden we om te beginnen Vetiver (donderdag 12u30, Chateau). Toen het internet in de vroege dagen van 2008 vol ongeduld zat te wachten op de leak van Death Cab for Cuties nieuwe album werd Vetivers “Thing of the Past” vrij wijd verspreid onder die valse noemer. Laat dat u echter niet afschrikken: de jeans zitten bij Vetiver een stuk minder strak en voor zover ik weet is geen enkele van hun songs reeds opgedoken in “The O.C.”. Een beetje Death Cab voor mensen die niet willen ‘dansen’, lachen of m’as tu vue spelen tijdens een concert dus.
“Everyday“
Voor zij die tijdens het beluisteren van pakweg Beirut, M. Ward of Bon Iver wel eens denken “fijne muziek, maar het zou nòg beter zijn moest er meer in gefloten worden” is er op dezelfde dag ook nog Andrew Bird (20u10, Chateau). De man gebruikt bovendien graag moeilijke woorden in zijn songtitels, die derhalve ideaal zijn om indruk mee te maken wanneer u ’s avonds op de camping uw dag navertelt aan een willekeurige verdwaalde Hollander.
“Imitosis”
Alvorens die nachtelijke rendez-vous aan te gaan kan u weliswaar best eerst nog eens stoppen bij The Black Angels (23.55, Chateau). Vettige retropsychedelica (ze gebruiken sitars en hebben een foto van Nico in hun logo verwerkt, om maar te zeggen) afkomstig uit Austin, Texas en inderdaad het best te consumeren op een wijd uitgestrekte woestijnvlakte onder een brandende zon. Bij gebrek daaraan zou een Limburgs festivaltentje onder een heldere sterrenhemel echter ruim moeten volstaan.
“The First Vietnamese War“
Wie denkt na twee dagen uitbundige zomerzon het risico te lopen het zwarte cynisme of de donkere melancholie in zijn hart kwijt te spelen maakt best notitie van de naam Bill Callahan (vrijdag 17u15, Chateau). Callahan zong onder de noemer “Smog” reeds een indrukwekkend repertoire bij mekaar over de vrolijke kant van begrafenissen, echtscheidingen en zelfmoordpogingen. Dit jaar toonde hij zich onder eigen naam van zijn lichtere kant met het mooie, ingetogen “Sometimes I wish we were an eagle“.
“Rock Bottom Riser“
Zaterdag is er tenslotte nog The Whitest Boy Alive, het electropopgroepje van Kings of Convenience-helft Erlend Øye dat vorig jaar op Dour voor het meest pulserende uur van het festival zorgde en dat dit jaar ook op Pukkelpop zal proberen te presteren.
“Golden Cage“
Wie mij op Pukkelpop wil komen bedanken voor deze suggesties of gewoon de groeten wil komen doen van het internet volgt gewoon het gekrijs van de opgewonden jonge deernes of gaat eens kijken voor het podium bij een van de bovenstaande groepen. Tot dan.