Walking into battle with the Lord

Na vier dagen Berlijn declareerde ik vrijdagochtend luidop dat ik alles bij mekaar toch erg opgetogen was terug in België te zijn. Dergelijk overdadig enthousiasme blijft zelden ongestraft.
Deze keer besloot de kosmos mij weer bij zinnen te brengen door mijn aandacht te laten vallen op de vier oude kranten die zich in mijn afwezigheid hadden opgestapeld in de brievenbus. Met de nieuwe Vlaamse minister van Cultuur bleek België plots haar eigen Sarah Palin te hebben. Joke Schauvliege denkt bij het horen van het woord “cultuur” blijkbaar eerder aan bacterieën dan aan literatuur… voorlopig gaat de zoektocht naar een bekwame politicus die zijn of haar pasgeboren kind gebruikte als rekwisiet tijdens een verkiezingscampagne dus onverminderd verder. Enkele regels verder zag ik dan weer een artikel over de stoelendans in de federale regering waarin de naam “Yves Leterme” viel als kandidaat-Minister van Buitenlandse Zaken. Zorgt lezen voor hoofdpijn? Word gewoon Minister van Cultuur. Val je genadeloos door de mand zodra zich beslissingen aandienen die verder reiken dan je eigen landsdeel? Misschien is Minister van Buitenlandse Zaken wel iets voor jou. CD&V-logica, voor de mensen.
Op dat moment worstelde ik met een zeer verwarrend gevoel van heimwee naar Bert Anciaux en het mentale beeld van Yves Leterme die met hoofdtelefoon én zweetdruppels op het hoofd de songtekst van “Nations of the World” van buiten tracht te blokken. Het interview met Pieter De Crem in Humo had ik toen nog niet eens opgemerkt.
Wees gerust, ik ben mij bewust van het feit dat iedereen die erin geslaagd is tot op deze pagina te navigeren alreeds een uit te kluiten gewassen dégout van de man heeft en zal hier dan ook niet nog eens de vele redenen die dit algemene misprijzen rechtvaardigen op een rijtje zetten. Dat mensen als Pieter De Crem bestaan is weing meer dan een van de vele waarhedeb die ik zo vaak mogelijk probeer te negeren, teneinde mijn cynisme toch een beetje tot een sociaal aanvaardbaar niveau te beperken. Laat mij er in volstaan mijn unibrow eens stevig op te trekken bij het feit dat onze Minister van Defensie militaire operaties blijkbaar ziet als gelegenheden tot spirituele zelfontplooing voor de troepen. De Crem neemt zelf bij het rechtvaardigen van de Belgische betrokkenheid in Afghanistan zowaar het woord “heilsgeschiedenis” in de mond: de een nagelt zijn zoon aan het kruis, de ander stuurt helikopters naar het Midden-Oosten.
En God zit niet stil: naast het leiden by proxy van het Belgische leger laat hij zich ook in de wereld van de sport gelden. Veel mensen plaatsten deze zomer reeds vraagtekens bij het feit dat een club als Real Madrid -wiens schulden in de miljarden euro’s lopen- het zich kan permiteren om obscene transfersommen te betalen voor zowat élke gegeerde speler ter wereld. Een van deze spelers, een man die luistert naar de ietwat onfortuinlijke maar voor liefhebbers van scatologische humor eindeloos onderhoudende roepnaam “Kaka”, heeft gelukkig een echtgenote die afgelopen week in de Spaanse media het antwoord op ieders vragen omtrent deze op zijn zachts gezegd merkwaardige toestanden gaf :
“I made a covenant with the Lord, that I was convinced in spirit to marry a virgin. After falling in love with Kaka, I thought that I would fail in doing this; however I told him clearly that I wanted to remain a virgin until marriage.
“It was a signal that I had respected the Lord, and now there is a sign from God, through Real Madrid.
“How can someone, in this period of crisis, be worth so much money? It is because God has put this money into the hands of Real Madrid, in order to recruit Kaka.
“From here we can open a church in Madrid, as there are people who must hear our words.”
Of het geld en de connecties waarmee Francisco Franco destijds El Real uitbouwde tot een onbetwiste wereldtopper ook onrechtstreeks afkomstig waren van God is op het moment van schrijven nog niet helemaal duidelijk. Misschien moet iemand het eens vragen aan Pieter De Crem.