ozon

Zuurstof in de blogosfeer.

Is er een Urbanus in de zaal?


De holocaust, differentiaalvergelijkingen en Marianne Thyssen… het zijn geen van al leuke zaken. Maar weinig dingen zijn minder amusant dan iemand die heel hard zijn best staat te doen om grappig te zijn.

Dit feit betekent een serieus probleem voor de ongelukkige zielen die in dit leven voor een carrière in de stand-up comedy hebben gekozen. De gehele taakomschrijving van de tewerkgestelden in deze branche bestaat er namelijk uit op een podium te gaan staan en daar grappig te doen. Het valt beginnende comedians om deze reden dan ook nauwelijks kwalijk te nemen dat ze, geconfronteerd met die immense druk om te entertainen (en snel een beetje), terug grijpen naar “grappige” geluidjes en hysterie of het goedkoop beledigen van dikzakken en gehandicapten en lachen met de heilige drievuldigheid (tetten, janetten en nog meer tetten). Voetbalkantinehumor, jazeker, maar er bestaat een publiek voor.

Het is evenmin toevallig dat de enkele gezegende uitzonderingen (en ik gebruik het meervoud hier met groot optimisme) die niét pijnlijk ongeïnspireerd zijn een manier hebben gevonden om het hierboven vermelde probleem te omzeilen. Zoals Urbanus in zijn gloriedagen in feite cabaret bracht waarbij de bindteksten toevallig 90% van de voorstelling uitmaakten, zo heeft ook Wim Helsen de kunst van het bliksem afleiden perfect onder de knie. Waar hij in zijn vorige programma “Bij mij zijt ge veilig” nog de rol opnam van sekteleider die het publiek doorheen de zich buiten de theaterzaal voltrekkende apocalyps gidste, heeft dergelijk licht absurdisme in “Het uur van de prutser”, waarmee hij vorige week halt hield in Turnhout, plaats gemaakt voor een traditioneler en typisch Belgisch surrealisme.

Red herring van dienst is deze keer een dialoog bij de bakker, door Helsen op een A4-tje geschreven en mee op het podium genomen. (Uitreksel: “Amai bakker, veel brood vandaag!” -”Ja, dat is hier een bakkerij he.”) Tijdens de voordracht van deze dialoog, waarbij hij uiteraard voortdurend zijsprongen maakt en gecontroleerd verloren loopt in schijnbaar eindeloze gedachtegangen, geeft Helsen het publiek “tips” om het leven door te komen als de prutsers die we tenslotte allemaal zijn.

Urbanus komt deze keer niet alleen in de vorm, maar ook in de inhoud geregeld om de hoek loeren. Jeugdverhalen die zich afspelen op een pittoresk Vlaamse platteland dat alleen in ‘De Lustige Kapoentjes’ echt heeft bestaan, anekdotes over optredens in Nederland (altijd leuk) en natuurlijk, het voortdurende minachten van het publiek en de nauwelijks ingehouden woede tegenover dat publiek en de hele wereld bij uitbreiding. Die aversie lijkt bij Helsen overigens minder gespeeld dan dat vroeger bij dhr. Van Anus het geval was. Het “postmoderne” comedypubliek is natuurlijk ook al lang niet vies meer van een beetje masochisme (ik meen onder het hemd van de man links van mij een paar tepelklemmen te hebben waargenomen).

Al was “Dirty Mind” nog niet zo succesvol als “Koko Flanel”, een film-hoofdrol heeft Wim Helsen intussen ook al op zijn cv staan.  Slechts een vettig baardje en een veel te grote korte broek lijken nu nog in de weg te staan van échte wereldfaam in Vlaanderen en Nederland. Het weze hem gegund.

Written by Flor

9 april, 2009 bij 0:00

Geplaatst in Realiteit

Getagged met

Eén reactie

Schrijf je in op reacties met RSS.

  1. [...] veel te mooi weer om mij druk te maken op mijn blog of over een blog. Ik ga wat op terras gaan nadenken over mijn 2e show getiteld “Mosselen om half twee”. [...]

    Pasen. « Xander De Rycke

    12 april, 2009 op 15:28


Geen reacties meer mogelijk.