
In 1997 ging voor 12-jarige doelman Glenn Verbauwhede een droom in vervulling: hij maakte de overgang van zijn lokale team SV Waregem naar nationale topper Club Brugge. In Brugge maakte hij een gestage opgang door de jeugdreeksen en werd hij alom geprezen als Groot Talent. Maar toen kwam Hij in zijn leven.
Stijn Stijnen, een sympathieke Limburger die in 2000 was overgekomen van KSC Hasselt, werd de nieuwe grote keepersbelofte van Club. Stijn had, zodra hij oud genoeg was om te beseffen wat zijn ouders hem hadden aangedaan op die tragische dag bij de burgerlijke stand, geleerd niémand te vertrouwen en nooit op cadeaus te rekenen in het leven. Dat vechterskarakter, gecombineerd met het feit dat hij simpelweg iets getalenteerder was dan de tevens enkele jaren jongere Verbauwhede, zorgde ervoor dat hij al snel gebombardeerd werd tot onbetwiste titularis in het Brugse, en zelfs het Belgische doel.
Ondertussen kwijnde Glenn -Hij, het Grote Talent! Hij, de Belofte van Waregem!- in stilte weg op de bank. In zijn achterhoofd borrelden wraakgedachten op tegenover al de mensen die in de weg stonden van zijn lotsbestemming, die duivelse eerste doelman voorop. Maar Glenn beheerste zich en besloot op zijn kans te wachten. En te wachten. En te wachten.
Einde vorige seizoen hengelden tal van grote namen naar de diensten van Stijn Stijnen en Glenn zag eindelijk licht aan het einde van de tunnel: Stijn zou vertrekken, wegkwijnen in het buitenland en over twee jaar vergeten zijn, wanneer hijzelf zijn miljoenentransfer naar Real Madrid zou maken. Maar Stijn bleef. Voor nog minstens vier jaar. En toen werd het Glenn allemaal een eerste keer te veel. Hij deed iets wat enkel een man volledig buiten zichzelf van waanzin en wanhoop zou kunnen doen: hij ondertekende een contract bij KV Kortrijk. Op huurbasis oké, maar contractueel verbonden blijven met Club kon Glenns zelfrespect niet redden.
Maar al kon hij zichzelf niet meer aankijken in de spiegel zonder te verzinken in diepe schaamte, hij had dan toch eindelijk die titularisplaats waar hij al zolang naar smachtte. Nu zou iedereen zien tot wat hij in staat was. Eindelijk was zijn moment aangebroken. Maar nog niet meteen, want door een blessure moest hij de competitiestart missen. En net toen gebeurde het onvoorstelbare: neo-eersteklasser KV Kortrijk begon zowaar wedstrijden te winnen. Doelman Peter Mollez hield keer op keer zijn netten schoon en speelde superwedstrijd na superwedstrijd. Toen Glenn eindelijk was gerevalideerd mocht hij dus meteen zijn vertrouwde positie weer innemen: het tweede zitje links van de trainer, op de bank.
En daar bleef hij zitten, tot vorige week, kijkend naar de knalprestaties van zijn concurrent, op wiens gezicht hij enkel de zelfvoldane grijns van zijn oude allitererende antagonist kon terugzien . Nu kraakte er echt iets in zijn gedachten. Hij besloot de platgetreden ethisch zuivere paden die hem nergens hadden gebracht te verlaten voor the dark side.
En zo kwam het dat hij op 8 november 2008, iets voor acht uur ‘s avond, tot een schandelijke daad van collaboratie overging. Hij verklapte aan de vijand dat eerste doelman Peter Mollez, omwille van een incident in zijn kindertijd, bij het horen van het Duitse woord “Vierundsechzigstelpause” telkens 5 seconden in de onmogelijkendheid om te bewegen verkeert. Helaas koos hij ervoor deze gevoelige informatie door te spelen aan het domme blondje van de Mechelse frontline, en bij uitbreiding van de hele Jupiler Pro League (TM): Bjorn Vleminckx.
Kortrijk – KV Mechelen eindigde op 0-0. Een hoofdrol was weggelegd voor de Mechelse spits die een zeer verwarde indruk maakte en al “Schnitzel mit Kartoffeln” prevelend verscheidene open kansen liet liggen. Tot overmaat van ramp bleef het lafhartige verraad van de Kortrijkse tweede doelman niet lang verborgen voor de ogen van de wereld. Glenn Verbauwhede hoeft voorlopig nergens meer op de bank te zitten.
Goed geschreven en grappig. Vooral dat “Schnitzel mit Kartoffeln” was goed gevonden.
peter mollez moet terug komen kortrijk e jou nodig
je bent ttn goeie kieper glen verbauwhede