Cinéma à la française

Deze week maakte ik mij de volgende, toch wel enigszins schokkerende, bedenking: ik studeer nu ongeveer anderhalf jaar in Brussel, onze overal bejubelde en door iedereen afgunstig bekeken tweetalige hoofdstad, maar toch bevindt mijn Frans zich nog steeds ongeveer op het niveau van Officer Crabtree.
Toegegeven, het is al niet meer zo erg dat ik onmiddelijk op zoek ga naar een supermarkt, wanneer iemand mij de weg wijst door te suggereren gauche te gaan à la prochaine carrefour, maar toch: er moest iets gebeuren en snel, wilde ik ooit begrijpen wat de verwensingen die de enigszins norse Jean-fait-tout van mijn kot dagelijks mijn richting uit mompelt precies inhouden. Dan kan ik hem misschien ook eens vragen wat hij eigenlijk al maanden zit uit te spoken op mijn gang.
Het toeval (lees: de economische logica) wou dat er deze week net een aantal tamelijk interessant aandoende (tenminste, in vergelijking met de concurrentie) Franstalige films in de Brusselse zalen liepen. Dus repte ik mij naar een plaatselijk filiaal van UGC, voor het niet enorm origineel getitelde “Paris“.
De vriendelijke mevrouw achter het loket vertelde me dat ze zich vandaag op een luchthaven waande, met al die mensen die een ticket voor “Paris” bestelden. Ik putte goeie moed uit het feit dat ik haar flauwe mopje had begrepen en nam me voor zo weinig mogelijk naar de ondertitels te kijken. Dit bleek niet moeilijk vol te houden: tot mijn verbazing nam niemand minder dan de immer ravissante Juliette Binoche zowaar een hoofdrol voor haar rekening en dus bleef mijn blik sowiese redelijk vlotjes gefixeerd op de bovenste regionen van het scherm.
Tijdens de zeldzame momenten dat ik niet druk bezig was te verdrinken in de ogen van mvr. Binoche, kon ik ontwaren dat het het verhaal à la Crash, Magnolia, Babel… over verschillende mensen gaat die meestal naast en af en toe door elkaar leven in – wie het kan raden wint een sticker – jawel, Parijs. Centraal staat de broer van Binoches personage (Élise), Pierre. Hij heeft een hartziekte en brengt de laatste maanden voor zijn moeilijke, en mogelijk dodelijke, harttransplantatie door in zijn appartement vanwaaruit hij verschillende mensen – wiens levens de film uiteraard eveneens volgt – door het raam bespiedt.
Pierre is een danser, dus de gevoelige kijkers zijn gewaarschuwd: verwacht u aan strakke spandex-pakjes met uitpuilend borsthaar en dansbewegingen die zelfs Félice even zouden doen fronsen. Pierre is overigens wel volledig hetero: only in France!
En ook de nevenpersonages zijn niet mis. Een assortiment niet zo mooie mannen die allemaal vlotjes in bed belanden met bijzonder mooie vrouwen: men zou er bijna echt van naar Zaventem spurten voor “een enkele reis Parijs”. (dat rijmt!). Uitschieter is de typische al wat oudere historicus/professor die op hilarische en tegelijkertijd pijnlijk pathetische wijze verliefd wordt op een van zijn studentes, maar alle personages worden geloofwaardig neergezet en bijna alle verhaallijnen weten in zekere mate te boeien: fijne film dus.
Wie nu denkt “so what, je bent naar een Franstalige film geweest, big deal, heb je echt niks boeiender om over te vertellen?” kan ik geruststellen: het meest opwindende gedeelte moet nog komen! Ik ben diezelfde dag namelijk nog naar een andere film gaan kijken, getiteld La Fabrique des sentiments. Jawel, twee Franstalige films! Op één dag! Zoiets lees je enkel op Ozon, mensen.
Voor die tweede film begaf ik mij naar de Actors’ Studio, een gezellig klein zaaltje waar mijn medebezoekers zoals gewoonlijk weer bestonden uit onvergezelde vrouwen van middelbare leeftijd (een tip voor de eenzame mannen). Eerlijk is eerlijk: de film in kwestie ging deze keer ook wel over een alleenstaande vrouw van middelbare leeftijd, die dit keer niet Élise maar Éloïse heet, en om de verwarring compleet te maken ook in Parijs woont. De toon van “La Fabrique des Sentiments” is echter een stuk minder opgewekt dan die van “Paris”, ondanks het feit dat het hoofdpersonage deze keer “maar” een -niet eens dodelijke!- hersentumor heeft.
Éloïse voelt namelijk ook haar biologische klok tikken, en werpt zich daarom op het zogenaamde speed daten. Langs deze weg ontmoet ze niet geheel verrassend een resem zielige figuren, maar ook een gladgeschoren, knappe, wellicht naar duur parfum ruikende advocaat die dan ook nog eens geweldig in bed blijkt te zijn, zoals ze al snel ondervindt, de sloerie. Maar, verrassing verrassing, deze schijnbare “ideale man” blijkt een leugenachtige bedrieger te zijn en uiteindelijk is het een van de meer spectaculair verbitterde losers (kalend, overdreven pessimistisch, sociaal onhandig, the works) die Mr. Right blijkt te zijn, al is het nog maar de vraag of Éloïse op haar beurt wel Mrs. Right voor hem is.
Eindbalans: één goeie film, één minder goeie film en ik kan nog steeds geen Frans. Parijs & Juliette Binoche zullen nog even geduld moeten oefenen.
Tout ça sans moi? Tsss…Quelle déception! (Ik heb het eenvoudig gehouden in de hoop dat je het nog zou begrijpen, anders ‘Bobette est une fille. Jerome est fort.’. Dat heb je zeker begrepen)
Mart
20 maart, 2008 op 11:39
C’était une excursion strictement éducatif! Si je t’invitais j’aurais eu trop d’amusement afin de me concentrer!
En euh, Fanfreluche est une poupée.
Flor
20 maart, 2008 op 22:13
“Een assortiment niet zo mooie mannen die allemaal vlotjes in bed belanden met bijzonder mooie vrouwen: men zou er bijna echt van naar Zaventem spurten voor “een enkele reis Parijs”. (dat rijmt!). ”
Ach, laat u niet verleiden door de reddingsboei die menig middelmatige scenarist in de ó zo wijde zee poogt te werpen. Of hoe je ook -om middernacht- kan verwoorden dat die filmpersonages als hart onder de riem voor de iets minder succesvolle Don Juans dienen.
Ook al wist je dat vast wel, toch had je het nooit zo kunnen verwoorden, al zeker niet om middernacht.
Dries
25 maart, 2008 op 23:59